Mijn buren hadden een bramenstruik. Die stond aan hun kant van de schutting, dat spreekt vanzelf. Mijn buren wilden een nieuwe schutting, meldden ze op een dag. “Ik zie die wel verschijnen,” dacht ik. Ik was een beetje verbaasd dat ze niet de oude schutting weghaalden. Toen ik navraag deed was het antwoord dat ze dachten dat de schutting van de woningstichting was. De bramenstruik werd gesnoeid, maar er was nog ruimte voor braam om tussen de twee schuttingen naar zon en licht te groeien. Er groeit nu braam die overhelt aan mijn kant en er zitten bramen aan. Die krijgen wel hun diepdonkere kleur maar lijken niet te rijpen.
Mijn moeder was geabonneerd op de VCL-serie én op de Spiegelserie. De VCL-serie was iets christelijker dan de Spiegelserie, althans dat vond ik. En de Spiegelserie, die boeken waren soms moeilijk. Vond ik. Ik was al twintig jaar “de deur uit” toen mijn ouders van de Dumasweg verhuisden naar een, zoals zij het noemden, bejaardenhuisje. Vóór die verhuizing kwam ik nog een keertje langs op de Dumasweg. De boekenkast én alle boeken waren weg. Mijn moeder wilde de stofnesten niet meenemen naar het nieuwe huis. “Misschien had ik er wel een paar willen hebben,” zei ik. Mijn vader zei dat hij hetzelfde wel gedacht had. Erg treurig was ik niet.
Regelmatig kwam en komt er een flard uit één van de romans boven drijven. Soms maar één zin, soms een abstract beeld, soms de sfeer, soms de en toen en toen en toen. Al een tijdje roerde zich een roman waarvan ik dacht dat ‘huis’ een deel van de titel was. Het versterkte huis, het witte huis, het … Was de schrijver niet Johan Hidding? Die heeft inderdaad Het versterkte huis geschreven, maar dat is niet het boek dat ik zoek. Ik liet het er maar bij.
Twee dagen geleden pakte ik een papiertje om een notitie te maken en opeens kreeg ik de woorden: als de bramen rijpen. En ik wist dat die woorden de titel waren van het boek dat ik zocht. Internet wist van niks, maar boekwinkeltjes.nl wel. De schrijver ís Johan Hiddink. Waar kwamen die woorden opeens vandaan, als de bramen rijpen? Ik heb de goedkoopste uitgave maar besteld.
De bramen die over de schutting hangen rijpen nog steeds niet.
Nee, geen aanhef. Zo begon ik een brief, ik wist nog niet naar wie de brief toe zou gaan.
De avond was warm, 22 graden Celsius en de klok wees ruim half tien. Ik had wel buiten willen zitten, als
- er niet dat net iets te stevige frisse windje was geweest;
- dat niet zo saai was in mijn eentje;
- als niet de waterschoonhoudmotor in het zwembad van mijn buren onophoudelijk bromde;
- als ik niet te onrustig was om te zitten niksen. Het was te donker om te lezen of te schrijven.
Ik zat dus boven, in de blauwe kamer, die met op de deur nog steeds het gejatte bordje tikkamer, handgemaakt en ‘tikkamer’ met een penseel erop geschilderd, lijkt het. Alle reden om bordje, aan het eind van de vorige eeuw te redden toen het bij een verhuizing binnen de letterenfaculteit weggegooid dreigde te worden. Er werd toen al niet meer getikt, in elk geval niet op typemachines.
Ik rommelde wat daar boven – een langzaam opruimproces. Soms is wegdoen zó moeilijk… Anderhalve jaargang de Parelduiker. Doorgebladerd, wat geleden, over de vriendschap van C.O. Jellema en Matthijs Röling bijvoorbeeld, en één jaargang ligt klaar voor de “Lutje Bieb” aan de Raadhuisstraat. Het doosje waarin ik postzegels spaar voor Tiny vult zich maar langzaam, er komen steeds minder brieven in mijn brievenbus, en vlinders en vogels, voor zover gevangen op een postzegel, zijn voor Dick.
“Nou dat weer!” dacht ik toen ik vanochtend de titel van een column in mijn krant las: “Zo onschuldig zijn die buurtboekenkastjes niet.” Oh. Het leek de columnist te gaan om het ‘gratis voor iedereen’, het probleem met ‘boeken delen’: “het minibiebje maakt de gang naar de boekhandel minder noodzakelijk.” Oh? Ja, want er liggen altijd wel ongelezen boeken. Oh… Dat klopt wel, maar de meeste daarvan heb ik toch echt gekocht…
Kritiek ook op ‘Fluister’, de uitgever van luisterboeken en op het moederbedrijf van Fluister, DPG. Voor een beluisterd boek krijgt de auteur slechts € 0,085. Althans, dat heeft Lieke Marsman berekend. Toen leefde ze nog. (Ik heb dat toentertijd gelezen, en de app van m’n iPad verwijderd.) Maar nu ging mijn hoofd tollen door de gedachten die zich meldden: bomen die niet gekapt hoeven te worden als boeken beluisterd of e-gelezen worden in plaats van …, energiebesparing (ja? hoe dan? die server moet toch ook draaien?).
De columnist sluit af:
Niet het minibiebje, maar streamingsdiensten als ‘Fluister’ geven boeken dus bijna gratis weg, wat doet denken aan de effecten van Spotify voor musici. Maar gelukkig: in tegenstelling tot cd’s en platen kun je boeken nog wel vrij gemakkelijk kopen.(*) En zeg nou zelf: zo duur zijn ze toch niet?(**). Meestal niet duurder dan twee flessen wijn toch? Terwijl er veel langer van te genieten valt. En als dat genieten tegenvalt, kan het boek altijd nog het minibiebje in.
Dan is er tenminste geen schrijver uitgebuit.”
(*) Dan moet je wel snel zijn en het boek kopen voordat de niet verkochte exemplaren de shredder ingaan.
(**) Nou??? Voor sommige mensen is een boek wél veel geld.
Het artikel ernaast, de meezitter – verhalen voor wie ook wel eens goed nieuws wil lezen) heeft als inzet:
Kom je niet door je boek? Tijd om aan leesfitness te werken.
Oh. Iemand heeft daar een … boek voor geschreven. Hoe je dat doet, aan je leesfitness werken.
Ik denk dat ik ga kijken of er ergens een film te bekijken valt.