Lieve beste jij,
die kleintjes, die ben ik natuurlijk bijna allemaal weer vergeten. En eentje, waarvoor ik een aantekening had gemaakt, heb ik aan iemand in een brief verteld en toen het velletje met die aantekening veroudpapierd.
Een kleintje weet ik nog. Ik had Lieke Marsmans De dichter en de duivel besteld bij Godert Walter. Laten opsturen is goedkoper dan een retourtje Groningen om een boek op te halen, en bovendien kost dat ook veel minder van mijn tijd. Godert Walter stuurt altijd een kaartje mee, “Dank u wel dat u bestelde bij Boekhandel Godert Walter. Graag tot een volgende keer of tot ziens in onze winkels.” Zhij die het boek verstuurt, ondertekent dat kaartje. Deze keer was dat Lieke.
Ik lees de rouwadvertenties in de kranten. Daar kan ik van alles aan beleven. En soms verbaast mij de tekst. Bijvoorbeeld deze (de naam is verzonnen door mij, cursief is ook van mij): Aankondiging van het overlijden van Jan Gijs Langstraat
Volgens de vermelde overlijdensdatum was Jan Gijs al overleden… Aankondiging?
Deet wijst ervaren muggen de weg naar de eettafel
Die krantenkop maakte mij nieuwsgierig. Ik vroeg mij af wie Deet was. Toen las ik de introductietekst op het artikel. Uitnodiging | We smeren Deet om te voorkomen dat we gebeten worden, maar het kan ook een lokkertje worden voor muggen. Ze leren het middel herkennen en weten: hier is voedsel te halen.
Dat was even smullen. Voor mij(n brein).
Ook om van te smullen: Jan Beuving & Ionica Smeets De auto, de geit en de wiskunde. Ik kan niet zo goed uitleggen waarom (bovendien ben ik nog maar bij hoofdstuk 5 van de 99), maar als je de titel voert aan Google, DuckDuckGo of een andere zoekmachine, kom je wel een bespreking tegen.
In de bocht van de Boermanjeweg en de Stationsweg of -straat woont een tuin. Die is groot, vind ik. Elke keer als ik naar de Arriva treinhalte loop, of naar K. & D., of gewoon een rondje, kom ik langs die tuin. Niet zo lang geleden zijn de bewoners van Stationsstraat of -weg 4, die ook de eigenaar van de tuin waren, verhuisd.
Er kwam een nieuwe bewoner. Op een dag scharrelden er vier of vijf bruine varkentjes door die tuin. Een klein spandoek voor het woonhuis vertelde dat de varkentjes op een dag geslacht zouden worden voor consumptie. Niet met zoveel woorden als ik dat nu opschrijf, maar als je de tekst goed las…
De varkentjes hadden het goed daar in die tuin leek het. Ze knorden tenminste tevreden en heel lang konden ze de hele dag door in de grond wroeten. Al het ongewenste verdween. Op weer een dag waren de varkentjes er niet meer. De tuin was weer ledig. Onder de mensen die ik sprak waren een paar vleeseters verdrietig. Omdat die arme varkentjes geslacht zouden worden.
In de tuin werd gewerkt, rond de bomen die er stonden kwam een cirkel stenen, er was iets met de grond gedaan. De kluiten waren kleiner. En toen werd, tegelijk met het groeiende voorjaar of de zomer, die tuin steeds groener. Een zee van bloemen.
Het werd herfst, de bloemen verwelkten of waren dat al en stierven af.
De tuin ondergaat nu een metamorfose. Er is een plan, met perken en schelpen paden, en vaste planten langs de straatkant en in de perken. Hier en daar zijn nieuwe struiken komen wonen.
En ik mag er elke keer dat ik er langs loop gratis en voor niks van genieten. Of fantaseren wat er verder nog gaat gebeuren.
Zo vaak langs deze tuin in wording lopen is minstens zo leuk als langs een oud huis dat door de koper (veronderstel ik dan) zelf opgeknapt wordt. Het vordert langzaam. Soms ligt het een poosje stil (leuk dan om over het waarom? te fantaseren).
Mijn woonplaats is vaak saai – maar als je op stap gaat is dat anders.
Dit was toch niet een kleintje. De kleintjes bewaar ik tot later. Of ik vergeet ze.