Hier weet ik geen spreekwoord voor
Geplaatst
Lieve, beste jij,
Hij wilde honderd worden, zei hij wel eens. Mijn broer ook. Misschien wordt mijn broer het, Louwrens Hacquebord werd het niet. Hij overleed 30 april. Iemand van het Arctisch Centrum belde mij, zodat ik het niet na het weekeinde pas in de krant zou lezen. Er moeten meer zulke telefoontjes geweest zijn. Mensen die al lang niet meer bij het Arctisch Centrum werken maar nog wel in elkaars adresboek staan, belden en mailden en appten elkaar. We wisselden herinneringen uit en dat was fijn. Het hadden even zoveel krantenartikelen kunnen zijn. Heel even bestond het netwerk weer en dankzij dat netwerk kreeg ik de link om de herinneringsbijeenkomst in Eelderwolde vanachter mijn ‘werkplek’ thuis te volgen.
En de mensen die ik niet via het Arctisch Centrum kende, misschien jij wel, die mij berichtten: “Ik las dat Louwrens Hacquebord overleden is, wist je dat?” Ja, ik wist het.
Bijna twee weken geleden stond er een interview met Atte Jongstra in Trouw_. “Leo Vroman wilde op zijn sterfbed nog een potje pingpongen”. Jongstra had de biografie van Leo Vroman af. Inkt, bloed & liefde. Ik wist niet dat hij met een biografie bezig was, maar ik let niet meer zo op ‘Leo Vroman’ als ik een krant of een tijdschrift lees. Ik zal de aankondiging wel gemist hebben. Het interview, of de antwoorden van Atte Jongstra, maakten mij nieuwsgierig naar die biografie. Zo. niet hebberig. Zes dagen geleden een interview in de NRC: “Atte Jongstra over zijn speelse biografie van dichter Leo Vroman: ‘Wat een feest, die man’. “ Opnieuw een interview, dat mij nieuwsgierig en hebberig maakte. Weinig herhalingen. Ligt dat aan degene die de vragen stelt of aan hoe de geïnterviewde antwoordt?
Niet veel radiobelangstelling, alleen Max Nieuwsweekend afgelopen zaterdag. Grappig om Atte Jongstra te horen praten. Spreekt hij met een Fries accent? Zijn manier van praten vind ik aangenaam laconiek, ook zijn antwoorden op de vragen van Mieke van der Weij en Pieter van der Wielen.
Ik wist mijn bezoek aan de digitale winkel van Godert Walter uit te stellen met één of twee dagen. De website wist niks van een biografie van Leo Vroman. Huh? De website van de uitgever maakte mij duidelijk waardoor GW’s website van niks wist. De biografie moest nog verschijnen. De dag na de verschijningsdatum kon ik de biografie bestellen en twee dagen later kwam PostNL de baksteen (zo werd de biografie in Nieuwsweekend omschreven) afleveren. De baksteen telt 1.000 pagina’s.
Er zijn veel minder mensen in de kring van de mensen in mijn leven die weten dat ik mij een aantal jaren heel intensief heb bezig gehouden met Leo Vroman dan mensen die wisten dat ik via mijn werk van 1980 tot ons pensioen met Louwrens H. te maken had, de laatste jaren zelfs werkte. K. belde mij op. Hij had gehoord over de biografie van Vroman en wilde die voor mij kopen. Dat hoefde dus niet meer, maar hij wist het dus na al die jaren nog.
Daar is dus geen spreekwoord voor. Contacten die, soms maar heel even, weer opleven na publiciteit over iemand met wie ik veel tijd doorbracht, en bij mij herinneringen wakker maken.